Alle stukken

Kennis · 2 april 2026 · 8 min

Vier observaties uit het eerste kwartaal van 2026

Een terugblik op patronen die wij in Q1 2026 zagen in het beheer van de openbare ruimte: standaarden, migraties, regelgeving en klimaatcyclus.

Gepubliceerd
2 april 2026
Leestijd
8 min
Onderdelen
5 secties, 8 bronnen
Vroege voorjaarssfeer langs een Nederlandse gracht, knoppen aan de bomen, zacht ochtendlicht

Inleiding

Het eerste kwartaal van 2026 is voorbij en wij merken dat een terugblik nuttiger is dan een vooruitblik. Niet om vier nieuwe trends te roepen, maar om vast te leggen wat wij in gesprekken met beheerders en data-coordinatoren bij gemeenten, provincies en waterschappen zagen terugkomen. Sommige patronen zijn aangekondigd, maar pas dit kwartaal echt voelbaar geworden. Andere lopen al langer en kantelen nu duidelijker. Wij beperken ons tot vier observaties die wij bij meerdere opdrachtgevers tegelijk zagen, en blijven bewust weg van specifieke projecten of organisaties. Het zijn signalen, geen conclusies, en wij benoemen waar wij voorzichtig in zijn.

Inhoud

1. IMBOR 2025 wordt nu pas echt operationeel

IMBOR 2025 is in juli 2025 vrijgegeven en bij de meeste opdrachtgevers waar wij dit kwartaal mee werkten, viel de echte adoptie samen met het opstellen van begrotingen en beheerplannen voor 2026. Pas op dat moment moest een organisatie kiezen of zij rapporteerde tegen de oude of de nieuwe gegevenscatalogus, en welke beheerpakketten en koppelingen die keuze ondersteunden. Wij zagen dat die keuze zelden technisch was. Het ging vrijwel altijd over de vraag wie er bij de gemeente of provincie verantwoordelijk werd voor het beheer van de objectdefinities zelf, in plaats van alleen voor de data. Dat is een rolverandering die niet bij iedereen al goed belegd is.

De verschuivingen in IMBOR 2025 zijn op papier overzichtelijk. Bomen sluiten nu volledig aan op het Handboek Bomen van het Norminstituut, er is een consistentere uitwerking van NEN 2660-2 en NEN 3610, en de eerste semantische koppeling met GWSW van Stichting RIONED via IMBOR Stedelijk Water is gelegd. In de praktijk merken wij dat juist die laatste koppeling vragen oproept bij organisaties waar groen, verharding en stedelijk water nog in gescheiden afdelingen zitten met gescheiden datasets. Een gemeenschappelijke catalogus dwingt afstemming af die organisatorisch nog niet altijd is geregeld.

Programma DOOR speelt hier op in. De inspiratiemiddag in 's-Hertogenbosch in februari 2026 maakte duidelijk dat de focus is verschoven van ontwikkeling naar toepassing, met meer aandacht voor concrete trajecten waarin gemeenten, provincies en softwareleveranciers samen optrekken. Wij vinden dat een gezonde beweging. Onze observatie is wel dat het tempo van de standaard nu sneller is dan het tempo waarmee de meeste interne beheerorganisaties hun rolverdeling kunnen aanpassen. Wij raden opdrachtgevers daarom aan dit jaar niet te beginnen met een migratie-project, maar met het aanwijzen van een datasteward die over de verschillende vakdisciplines heen mag beslissen welke definities leidend zijn. Zonder die rol blijft elke nieuwe IMBOR-versie een ICT-project en geen beheerverbetering.

2. De GBI-naar-GBI World golf raakt het middenveld

De omzetting van GBI 6 naar GBI World loopt al langer, maar in Q1 2026 zagen wij voor het eerst dat het zwaartepunt verschoof van vroege gebruikers naar het middenveld van gemeenten met een gemengde objectvoorraad en een gegroeide configuratie. De aanbieder communiceert een snelle migratie en een ongewijzigde overdracht van data en setup, en bij de organisaties die wij spraken klopt dat technisch grotendeels. Wat ons opviel is dat de migratie zelf vaak het minste werk is. Het werk zit in de inhaalslag die vooraf zou moeten plaatsvinden.

Wij zagen meerdere keren een patroon waarin een organisatie pas tijdens de voorbereiding van de migratie ontdekte hoeveel maatwerk er in de jaren in het oude pakket was geslopen. Velden die niemand meer beheerde, koppelingen naar systemen die al uitgefaseerd waren, kentallen die ooit voor een specifiek beheerprogramma waren ingericht en daarna nooit meer aangeraakt. In de cloudversie verdwijnt een deel van dat maatwerk niet, maar wordt het wel zichtbaar omdat de standaardisering scherper is. Dat dwingt opnieuw tot keuzes, en die keuzes liggen bij de beheerorganisatie, niet bij de leverancier.

Parallel zien wij dat opdrachtgevers ook andere pakketten serieus heroverwegen. Obsurv van Sweco wordt regelmatig genoemd, evenals enkele kleinere aanbieders die specifiek voor groen of riolering een eigen plek hebben. De opmerkelijke verschuiving is niet welk pakket wint, maar dat de keuze opnieuw open ligt. Een paar jaar geleden was dat bij veel gemeenten ondenkbaar. Wij zijn er voorzichtig in om hier conclusies aan te verbinden over de markt, omdat onze waarneming gekleurd is door de organisaties die ons benaderen, en die zitten per definitie in een afwegingsfase. Wat wij wel meegeven aan opdrachtgevers is dat een pakketkeuze zelden de echte vraag is. De echte vraag is meestal welke definitie van een areaal en welke werkprocessen u over vijf jaar nog wilt gebruiken, en pas daarna welk pakket dat ondersteunt.

3. Het einde van TAM-IMRO maakt de geometrie-pijn voelbaar

Per 1 januari 2026 is de Tijdelijke Alternatieve Maatregel TAM-IMRO afgelopen. Voor opdrachtgevers die nog op die route leunden, betekende Q1 dat het werken via het Digitaal Stelsel Omgevingswet de enige overgebleven weg was om wijzigingen in het omgevingsplan te publiceren. Wij merken dat de overstap zelf bij veel organisaties al voorbereid was, maar dat de bekende pijnpunten in het stelsel daardoor wel acuter zijn geworden.

Het bekendste probleem blijft de zware geometrie. De viewer Regels op de Kaart en de onderliggende voorzieningen werken aantoonbaar moeizaam met grote of complexe geometriebestanden, en bij gemeenten met veel deelgebieden of gedetailleerde regelvlakken loopt dat op. Dit is geen verrassing en wordt al geruime tijd gesignaleerd, maar voor beheerders en data-coordinatoren bij overheden was Q1 2026 het moment waarop het niet meer als overgangsprobleem kon worden weggeschreven. Daarnaast bleef het lastig om op een werkdag meerdere wijzigingsbesluiten parallel te publiceren, een beperking die bij actieve omgevingsplannen merkbaar knelt.

Wij koppelen dit bewust aan ons eigen vakgebied. Veel beheerorganisaties leveren de geometrische basis aan die later in regelvlakken terechtkomt. Wat in het beheerproces nog acceptabel detail is, kan in het juridische proces te zwaar blijken. Wij zien dat opdrachtgevers in Q1 zochten naar een werkbare middenweg: generaliseren waar mogelijk, en de relatie tussen beheerobject en regelvlak expliciet vastleggen zodat een latere wijziging niet opnieuw een puzzel wordt. Wij zijn hier voorzichtig in onze adviezen omdat de stelselkant nog beweegt en de set technische beperkingen volgend kwartaal anders kan zijn. Wel constateren wij dat het aantal aanbieders van plansoftware afneemt, en dat opdrachtgevers er goed aan doen hun afhankelijkheid van een specifieke leverancier in kaart te brengen. Niet uit wantrouwen, wel omdat de markt smaller wordt.

4. De tweede stresstest-cyclus vraagt om beheerdata, niet om een nieuwe scan

Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie kent een zesjarige cyclus, en 2026 is voor veel werkregio's het jaar waarin de stresstesten uit 2019 worden geactualiseerd. De landelijke lijn, vastgelegd in de Bijsluiter Stresstest, is dat een organisatie niet automatisch een volledig nieuwe stresstest moet uitvoeren. De vraag is of de bestaande analyse alle thema's, hitte, droogte, wateroverlast en overstroming, nog voldoende dekt en waar aanvulling nodig is. In Q1 2026 zagen wij die boodschap landen, en zagen wij ook dat de hernieuwde stresstesten in de praktijk minder een modelleeropgave zijn dan de eerste keer en meer een data-opgave.

De reden is eenvoudig. In 2019 was de stresstest grotendeels een modelexercitie op basis van landelijke datasets. In 2026 verwachten bestuurders dat de uitkomsten te koppelen zijn aan eigen beheerdata: bomenbestand, verhardingstype, kolken en putten, doorlatendheid van groenvakken, conditie van duikers en stuwen. Dat verandert het soort werk dat een gemeente of waterschap nodig heeft. Niet meer alleen een hydroloog of klimaatadviseur, maar ook een beheerder die met zekerheid kan zeggen wat er staat en in welke staat het verkeert.

Wij zien hier een pragmatisch knelpunt. Veel beheersystemen registreren wel objecten en globale conditie, maar nauwelijks de attributen die voor klimaatadaptatie relevant zijn: kroonprojectie, wateropnamecapaciteit van een groenvak, exacte kolkdichtheid in een straat. Die informatie zit vaak verspreid over inspectierapporten, oudere ontwerpen en in het hoofd van een opzichter. In Q1 hebben wij bij meerdere opdrachtgevers gewerkt aan kleine, gerichte verrijkingen van de bestaande beheerdataset in plaats van aan grote losse klimaatdatasets. Onze overtuiging is dat de tweede cyclus van het DPRA pas echt waarde oplevert als de uitkomsten direct in de begroting en het meerjarenonderhoudsplan terug te vinden zijn. Een aparte klimaatkaart die los staat van het beheer, eindigt vrijwel altijd in een la. Wij zijn voorzichtig met grote uitspraken over wat werkt, omdat de tweede ronde nog loopt en de Handreiking Regionale Monitor Klimaatadaptatie pas onlangs is verschenen. Maar de richting, klimaatadaptatie verankeren in beheerdata in plaats van ernaast, lijkt ons de gezondere weg.

Wat wij meenemen naar Q2

Wat deze vier observaties verbindt is dat de techniek in elk geval beschikbaar of zelfs grotendeels uitontwikkeld is. IMBOR 2025 staat er, GBI World staat er, het DSO is operationeel, de stresstest-methodiek is bijgewerkt. De vraag die wij dit kwartaal vrijwel overal terug zagen komen, is wie binnen de organisatie de inhoudelijke regie voert. Welke discipline mag bepalen wat een areaal is, welke definitie van conditie leidend is, welke geometrische precisie volstaat voor welk doel. Dat zijn organisatorische vragen die zich slecht laten oplossen met een tool. Wij verwachten dat dit in Q2 nadrukkelijker op tafel komt, mede omdat begrotingen voor 2027 dit najaar al in voorbereiding gaan. Wij zullen onze observaties uit Q2 opnieuw publiceren en doen dan, zoals nu, geen poging om patronen mooier te maken dan ze zijn.

Diensten

Wat wij hierin doen.

Een Nederlandse gracht in het blauwe uur, een uitnodigend einde van de dag
Laten we kennismaken

Wij maken beheerdata werkbaar.

Loopt u tegen een vraagstuk aan in beheerdata: een dataset die niet aansluit, een drone-inwinning die nog ruwe data is, of een proces dat nog niet datagedreven werkt? Stuur ons een mail of kom langs voor een vrijblijvende kennismaking.